pijn in de pols pijnlijk polsgewricht

Pijn in de pols: 9x oorzaak van pijnlijk polsgewricht…

Je pols oftewel ‘carpus’ is het twee-assige gewricht dat je hand verbindt met je onderarm; de hand zit verankerd aan het spaakbeen. De structuren die zich tussen hand en spaakbeen bevinden, vormen een uiterst complex geheel. Pijn in de pols kan dan ook ontspruiten (van)uit talloze oorzaken en ontstaansbronnen. Pijnklachten vanuit het polsgewricht kunnen geleidelijk ontstaan, maar zich ook plotseling manifesteren.

Bij pijn in het polsgewricht en aanverwante polsklachten is veelal sprake van pijn, zwelling, tintelingen en bewegingsbeperking rondom of in de pols, met name bij beweging en belasting van de pols, maar soms ook als men de pols stilhoudt. Polspijn kan uitstralen naar handen en vingers, maar ook richting elleboog.

Polsproblematiek komt veelvuldig voor en is maar al te vaak het directe of indirecte gevolg van chronische polsoverbelasting door stelselmatig leunen op de pols en/of korte repetitieve polsbewegingen zoals uitgevoerd tijdens beeldschermwerk en bepaalde sporten. Ook een verkeerde stand van de pols –een vormafwijking c.q. groeiafwijking c.q. standsafwijking– is een welbekende boosdoener.

Inhoudsopgave: oorzaken van pijn in de pols

Anatomische samenstelling van de pols

Het polsgewricht omvat een tweetal fictieve ‘rijtjes’ van 4 botjes tussen spaakbeen / radius enerzijds en ellepijp / ulna anderzijds: de handwortelbeentjes (‘carpale beentjes’ of ‘ossa carpalia’ of ‘ossa carpi’).
 De voorste / onderste /proximale rij handwortelbeentjes wordt het radiocarpale gewricht genoemd en bestaat uit het ‘os scaphoideum’, ‘os lunatum’, ‘os triquetrum’ en ‘os pisiforme’.
 De achterste / bovenste / distale rij handwortelbeentjes wordt het mediocarpale gewricht genoemd en bestaat uit het ‘os trapezium’, ‘os trapezoideum’, ‘os capitatum’ en ‘os hamatum’. (bron)

Het triangulaire fibrocartilagineuze complex (TFCC) verbindt de ellepijp met het spaakbeen, maar ook met het handwortelbeentje ‘os triquetrum’. Het TFCC is een kraakbenig schijfje dat ook wel bekendstaat als ‘polsmeniscus’. Aan de handpalmzijde van de pols loopt de carpale tunnel: een nauwe ruimte waardoorheen de buigpezen van de vingers lopen, evenals bloedvaten en de zenuw ‘nervus medianus’. De carpale tunnel wordt aan de (dorsale) handrugzijde omringd door de handwortelbeentjes en aan de (palmaire) handpalmzijde door een peesblad: het ‘retinaculum flexorum’.

De passieve stabiliteit van de pols wordt voornamelijk gewaarborgd door een complexe structuur van banden / ligamenten. De actieve polsstabiliteit wordt verzorgd door spieren die de polsbewegingen en handbewegingen coördineren.
Om de polspezen goed langs elkaar en over elkaar heen te laten glijden, lopen ze deels door peesscheden: met vloeistof gevulde buisjes die bescherming bieden tegen druk en wrijving.

Meestal ontspruiten polspijn en aanverwante polsproblemen vanuit polspezen of polszenuwen. Zie hieronder de directe / causale en indirecte / correlatieve oorzaken van pijn in de pols

1. Peesontsteking in de pols = polspijn

Pezen verbinden spieren en botten met elkaar. Als een polspees veelvuldig wordt belast of overbelast, kunnen minuscule scheurtjes in de betreffende pees ontstaan. Hoewel meestal wordt gesproken van een peesontsteking oftewel ‘tendinitis’ is dus meestal sprake van een –al dan niet irritatieve– peesblessure oftewel ‘tendinose’ oftewel ‘tendinopathie’… En dus niet van een daadwerkelijke ontstekingsreactie of infectie van een polspees of polspeesschede.

Ja, ook de peesschede ofwel ‘peeskoker’ waardoorheen een pees loopt, kan aangedaan zijn; dit wordt ook wel ‘tendovaginitis’ genoemd. Vaak is dan de pees gezwollen, waardoor deze in zijn koker bekneld raakt. Een bekende vorm hiervan die pijn in de pols veroorzaakt, is ECU-tendinopathie: een hardnekkige ontstekingsreactie van de spierpees van de ‘musculus extensor carpi ulnaris’ oftewel ‘ulnaire handstrekker’ en diens peeskoker, gelegen aan de pinkzijde van de pols. (bron)

Omdat de handen en vingers uit talloze botjes bestaan, bevinden zich in de pols- en onderarmregio opvallend veel peesjes. Ze liggen dicht op elkaar, worden bij ontelbare handelingen benut, vangen erg veel krachten op en zijn nogal kwetsbaar, en daardoor relatief vaak betrokken bij polspijn. Polspeesontstekingen zijn veelal het gevolg van stelselmatig leunen op de pols en/of korte repetitieve beweginkjes van het polsgewricht. Hetzelfde geldt voor krachtige inwerkingen zoals bij het gooien en vangen van een bal. Ook een standsafwijking van de pols kan een rol spelen, aangezien polspezen hierdoor in de verdrukking kunnen komen.

Een polspeesontsteking wordt doorgaans gekenmerkt door pijn bij drukuitoefening en bewegingen in specifieke richtingen. De polspijn is veelal gelokaliseerd op het smalste deel van de overgang van onderarm naar hand. Indien de pols onvoldoende rust krijgt, zal de pijn toenemen qua intensiteit en tijdsduur; op den duur kan zelfs een constante pijn in de pols worden gevoeld. Ook kan zwelling en stijfheid van de pols voorkomen, waarbij de pols warm aanvoelt en rood ziet. Als een buigpees in zijn peesschede geblokkeerd wordt, kan deze haperen of zelfs vast blijven zitten, waardoor een vinger in zijn gebogen stand vastslaat: een ‘triggerfinger’.

Pas op met werpsporten, vangsporten, slagsporten, hefsporten, computerwerk (typwerk / muiswerk), productielijnwerk en naaimachinewerk. Ook ouderdom is een risicofactor, aangezien de peeselasticiteit afneemt met de jaren… Overigens is ook totale polspassiviteit niet bevorderlijk; een gulden middenweg tussen rust en belasting is hetgeen je zoekt. Tips: beperk pijnlijke bewegingen; neem directe rust bij pijnopvlamming; ondersteun de pols met een brace of spalk; breng regelmatig ‘cold packs’ aan; neem regelmatig werkpauzes; doe regelmatig rek- en strekoefeningen; voorzie je werkplek van ergonomische hulpmiddelen.

Chronische polsoverbelasting kan leiden tot polsspierpijn en uiteindelijk tot chronische polspeesirritatie. Doordat pezen en peesaanhechtingen van nature slecht worden doorbloed, kan het erg lang duren voordat een polspeesontsteking volkomen genezen is.

2. Pijn in de pols door de Ziekte van de Quervain

Men spreekt van ‘De Quervain’ bij een tendovaginitis stenosans (TVS) van de 1e extensorpeesschede. Tendovaginitis = peesschedeontsteking… Stenosans = stenoserend oftewel vernauwend… De peesschede in kwestie omhelst een tweetal pezen die naar de duim lopen… De ziekte van de Quervain is dan ook een typische vorm van polspeesschedeontsteking: meestal is het binnenkapsel van de peesschede geïrriteerd of ontstoken. Deze indicatie van pols en duim staat ook wel bekend als:

  • Syndroom van De Quervain
  • Stenoserende tenosynovitis
  • Tendovaginitis van De Quervain
  • Peesirritatie van De Quervain
  • Morbus de Quervain
  • Tendovaginitis stenosans (TVS)

Het gaat hier om een aandoening die het gevolg is van irritatie en zwelling van twee strekpezen aan de duimzijde van de pols en de strekzijde van de duim. Peesirritatie veroorzaakt zwelling van deze pezen of van het omhulsel van deze pezen: de peesscheden / peeskokers / peeskanalen. Als een pees dikker wordt of het peesomhulsel nauwer, kan de betreffende pees minder gemakkelijk bewegen. Het gevolg: een haperende duim oftewel ‘digitus saltans’ oftewel ‘tendovaginitis nodosa’ oftewel een ‘triggerfinger’ oftewel een ‘springvinger’ oftewel een ‘snapping finger’… Bovendien kan beweging van pols en duim zeer pijnlijk worden.

Het getroffen deel van de duimpees –voelbaar aan de zijkant van de pols, direct onder de duim– kan gevoelig, pijnlijk en gezwollen zijn. De pijn verergert doorgaans bij het maken van een vuist, het beetpakken van voorwerpen en het roteren van het polsgewricht. Soms is aan het huidoppervlak een knobbelvormige verdikking van de pees te zien op de plaats waar ook de peesschede verdikt is. Hierdoor glijdt de pees niet langer soepel door diens schede, maar schiet er met een ruk en een krakende ‘knak’ of ‘klik’ doorheen of loopt zelfs volledig vast. Krachtverlies is het gevolg.

De pees van de ‘musculus extensor pollicis brevis’ oftewel ‘ korte duimstrekker’ en/of de ‘musculus extensor pollicis longus’ oftewel ‘lange duimstrekker’ is aangedaan bij De Quervain. Onderweg naar de duim passeren beide pezen de pols via een peesschede: een ‘tunneltje’ waarvan de wand wordt gevormd door een slijmvliesachtig ‘tenosynovium’. Tenosynovitis van de Quervain is dus een irritatieve ontstekingsreactie van het binnenste slijmvlies van een peesschede door toedoen van overbelasting, trauma of ontstekingsreuma. Als ook de zenuw die over de aangedane pezen loopt, geïrriteerd raakt, kunnen de duim en wijsvinger gevoelloos raken.

De Quervain begint doorgaans met een doffe branderige pijn aan de duimkant van de pols en de rugkant van de duim. Vaak is dit het gevolg van herhaaldelijke bewegingen van de duim, gekoppeld aan ongewone polsposities (zoals bij naaien, vissen, metselen, pianospelen, timmeren, lopendebandwerk en beeldschermwerk). De pijn kan uitstralen of zich uitbreiden naar duim en onderarm. De diagnose wordt veelal gesteld aan de hand van de Finkelstein-test, waarbij getracht wordt een vuist te maken en de duim in de handpalm te vouwen, dus de vingers over de duim te sluiten. Indien de hand nu richting de pink wordt bewogen, zal pijn die kenmerkend is voor De Quervain in hevigheid toenemen. (bron + bron + bron + bron + bron)

Ook echografie van de polspezen kan dienstdoen. Middels röntgenfoto’s kunnen velerlei andere potentiële oorzaken worden uitgesloten. De behandeling bestaat veelal uit pijnstilling, ontstekingsremming (middels corticosteroïde-injecties), 3 tot 6 weken immobilisatie middels spalk of brace, en soms een operatie waarbij de peesschede wordt verruimd door het ‘dak’ ervan in te snijden.

3. Zenuwbeknelling / zenuwcompressie in de pols

Een zenuwinklemming van een polszenuw kan tot hevige zeurende pijn in de polsregio leiden. Compressie, beknelling of inklemming van een zenuw in de pols is veelal het gevolg van vochtophoping tussen de polspezen en de bovenliggende kapselbanden. Naarmate de overdruk langer aanhoudt, kunnen ook tintelingen richting de vingers optreden, en op den duur zelfs krachtverlies en functieverlies van pols, hand en vingers.

De carpale tunnel is de doorgang in de pols waar de mediane zenuw (nervus medianus c.q. middelste armzenuw) doorheen loopt op weg naar de hand en vingers. De carpale tunnel bevindt zich tussen de handwortelbeentjes en het daaroverheen gespannen fibreuze ligament: de flexor retinaculum. Door toedoen van verschillende invloeden kan de carpale tunnel worden vernauwd. Aangezien handwortelbeentjes en peesbanden star zijn –en dus niet meegeven– zal de zenuw beklemd / bekneld raken, waarmee het carpaletunnelsyndroom (CTS) een feit is.

Het carpaletunnelsyndroom is veruit de belangrijkste vorm van zenuwcompressie in de pols en behoort tot de belangrijkste oorzaken van polspijn en aanverwante polsklachten. Iedere aandoening die de carpale tunnel vernauwt, kan het carpaletunnelsyndroom tot gevolg hebben… Niet alleen een peesontsteking of peesschedeontsteking in de pols, maar ook zo’n beetje alle oorzaken van pijn in de pols die hieronder zullen volgen. De directe oorzaak van CTS is meestal een gezwollen polsligament / peesbekleding, maar indirecte oorzaken lopen uiteen van repetitieve polsbuigingen, polsoverbelasting en polsblessures tot hormoonschommelingen, reumatische artritis, diabetes mellitus, hypothyreoïdie of acromegalie. (bron + bron + bron)

De diagnose van CTS bij pijn in de pols gebeurt meestal middels diagnostisch onderzoek (de proef van Tinel, de proef van Phalen e.a.) en/of een elektromyografie: EMG. De behandeling van carpaletunnelsyndroom bestaat veelal uit een operatieve ingreep: de ‘carpaletunnelrelease’, waardoor de vochtproductie terugloopt en de overdruk afneemt. Vooralsnog zijn er onvoldoende aanwijzingen dat conservatieve therapieën zoals fysiotherapie, injecties met corticosteroïden, nachtelijke spalken en ergonomische aanpassingen op lange termijn effectief zijn ter behandeling van CTS.

De bekendste zenuwinklemming in de polsregio die tot pijn in de pols kan leiden, staat al met al ook wel bekend als carpaletunnelsyndroom. Meer hierover kun je lezen in dit artikel over CTS

4. Polscontractuut van Dupuytren

Pijn in de pols kán het directe gevolg zijn van ‘de ziekte van Dupuytren’: de ontwikkeling / aanwezigheid van verharde bindweefselknobbels in handpalm en/of vingers. Deze aandoening staat ook wel bekend als:

  • Contractuur van Dupuytren
  • Palmaire fibromatose
  • Morbus Dupuytren
  • Een ‘koetsiershand

Het eerstegraads beginstadium van ‘Dupuytren’ wordt gekenmerkt door kleine / lichte / milde bindweefselverhardingen tussen de pezen en de huid van de handpalm. Aanvankelijk ontstaat een ophoping van collageen in het platte witte peesblad c.q. peesvlies binnenin de handpalm (de ‘palmaire aponeurose’), waardoorheen de buigpezen van de vingers lopen. In de loop van enkele maanden tot vele jaren kunnen de verhardingen zich ontwikkelen tot noduli oftewel knobbels, hetgeen tot gevolg kan hebben dat de vingers niet meer volledig kunnen worden gestrekt.

Een nodulus oftewel knobbeltje wordt vroeg of laat vergezeld door méér knobbeltjes (graad 2). Uiteindelijk (3e gradatie) ontstaan verharde bindweefselstrengen die na verloop van tijd samentrekken, waardoor de vingers in een onafgebroken buigstand worden gedwongen. Deze kromgetrokken vingerstand oftewel kromstand staat ook wel bekend als een ‘flexiecontractuur’. De vingerpezen zélf zijn niet bij het ziekteproces betrokken en blijven dus onaangedaan. Vaak zijn de pink en ringvinger de klos, maar in principe kan elke vinger door Dupuytren worden getroffen. Vaak in één van de handen (unilateraal); soms beide handen (bilateraal). (bron + bron + bron + bron + bron)

Omdat de oorzaak van Dupuytren onbekend is en de ziekte vooralsnog als ongeneeslijk wordt beschouwd, wordt de behandeling mééstal beperkt tot symptoombestrijding: fysiotherapeutische behandeling, inzichtverbetering en advisering om weefselrek te voorkomen. Soms kunnen bindweefselverhardingen worden verweekt middels injecties; ook ‘percutane fasciotomie’
oftewel ‘mechanische naaldaponeurotomie’ en operatieve verwijdering van de bindweefselstrengen is mogelijk.

Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van Dupuytren zijn o.a. trauma’s, ontstekingen, neoplasie, genetica, diabetes, overmatig alcoholgebruik, roken, hypercholesterolemie, leverlijden, HIV en anti-epilepticagebruik. De knobbeltjes zijn meestal niet pijnlijk, maar het gebruik van de hand kan hinderlijk zijn en pijnklachten in vingers, handen en pols teweegbrengen. Ook kunnen de bindweefselverhardingen o.a. gewrichtskapselverschrompeling en zenuwbeklemming in de hand werken.

Dupuytren beperkt zich tot mensen met een blanke huidskleur; mannen (veelal 30+) worden vaker getroffen dan vrouwen.

5. Kneuzing / contusie van het polsgewricht

Bij een kneuzing oftewel contusie van de pols raakt onderhuids polsweefsel beschadigd door inwerking van stomp geweld (val, klap, stoot e.a.). Het gevolg is een pijnlijke, gezwollen plek op de pols die later blauw kan verkleuren. Een dergelijke blauwe plek duidt op beschadiging van onderhuidse haarvaatjes: kleine bloedvaatjes die tot diep in de verschillende weefsels doordringen. Naast een dergelijke bloeduitstorting / hematoom treedt doorgaans ook zwelling van de pols op.

Bij de meeste kneuzingen blijft het huidoppervlak intact, waardoor geen bloedende wond ontstaat. Bij een gekneusde pols is de pijn gelokaliseerd op een duidelijk voelbare en gemakkelijk aanwijsbare plek. Druk op de kneuzing verergert de pijnintensiteit. Meer over de aard van oppervlakkig en diep polsletsel kun je desgewenst lezen in dit artikel over verdraaiing, kneuzing, breking en ontwrichting:

Polspijn ten gevolge van een licht of zwaar gekneusde pols geneest meestal vanzelf –binnen enkele dagen tot een zestal weken– en hoeft dan ook niet per se te worden behandeld. Een lichte of zware kneuzing van de pols kan worden verlicht met koude kompressen oftewel ‘cold packs’.

6. Gebroken pols: polsfractuur van Colles, Smith & Barton

Het polsgewricht wordt gevormd door de uiteinden van ellepijp en spaakbeen enerzijds en de handwortelbeentjes anderzijds. Aangezien de pols een tamelijk complex benig gewricht betreft, zijn er nogal wat botten / beenderen in de polsregio (zowel binnen als buiten het daadwerkelijke gewrichtsvlak) die –op verscheidene manieren– kunnen breken. Een gebroken pols betreft meestal een breuk / fractuur van het spaakbeen en/of van de ellepijp. De belangrijkste polsfracturen zijn de ‘Collesfractuur’, de ‘Smithfractuur’ en de (al dan niet omgekeerde) ‘Bartonfractuur’. Ook intra-articulaire polsfracturen, ‘chauffeursfracturen’ en comminutieve polsbreuken komen voor. Scaphoidfracturen (breuken van het scheepsvormige polspbotje / handwortelbeentje) kunnen overigens eveneens pijn in de pols veroorzaken. (bron + bron + bron + bron) De belangrijkste symptomen van een polsbreuk / polsfractuur zijn:

  • Pijn in de pols (veelal hevig en intens)
  • Zwelling van de pols
  • Een blauwe plek nabij de breukplaats
  • Een knappend geluid vanuit het polsgewricht
  • Een afwijkende stand van de pols
  • Bij beweging neemt de polspijn toe
  • Krachtsverlies + functiereductie
  • De hand helemaal niet kunnen bewegen
  • Een vreemde kleur van de vingers
  • Carpaletunnelsyndroom (CTS)
  • Sudeckse dystrofie (CRPS) (bron)
  • Compartimentsyndroom / logesyndroom (bron)

Om de aard en ernst van een gebroken pols goed te kunnen beoordelen, wordt doorgaans een röntgenfoto gemaakt; diagnostisering wordt soms aangevuld met een CT- of MRI-scan. De behandeling van een polsbreuk / polsfractuur is sterk afhankelijk van de breuksoort en breukvorm. Eenvoudige polsbreuken / polsfracturen worden veelal opnieuw gezet, waarna er gedurende 4 à 5 weken gips omheen komt; de breuk / fractuur zal dan meestal vanzelf genezen.

In sommige gevallen is het nodig om een gebroken pols operatief / chirurgisch te herstellen; het polsgewricht wordt dan met metalen plaatjes, schroeven en pennetjes gereconstrueerd, waarna oefenstabiliteit, handtherapie en/of spalkimmobilisatie wordt beoogd. Een botbreuk gaat te allen tijde gepaard met het risico dat beide afgesplitste botuiteinden niet in de goede stand aan elkaar vastgroeien. Een polsoperatie geeft –net als iedere operatie– ook nog eens risico’s op complicaties, waaronder wondinfecties, nabloedingen en trombosevormingen.

Indien een polsbreuk tot IN het polsgewrichtsvlak doorloopt, is doorgaans sprake van aanzienlijke polsschade, hetgeen een verhoogde kans op vroegtijdige polsgewrichtsslijtage met zich meebrengt.

7. Polsganglion: cyste in de pols veroorzaakt polspijn

Een ganglion is een met slijm gevulde cyste oftewel een ‘slijmcyste’ c.q. ‘mucoïdcyste’. Het gaat hier om een veelvoorkomende goedaardige lokale zwelling onder de polshuid die hard tot elastisch aanvoelt en zijn rond-ovale vorm ontleent aan een kleine door weefsel omhulde holte in de pols die gevuld is met een stroperige gewrichtsvloeistof. In veruit de meeste gevallen brengt een ganglion weinig tot geen polsklachten teweeg, maar in zeldzame gevallen kan een polsganglion pijnklachten teweegbrengen en de functionele beweeglijkheid van het polsgewricht beperken.

Een polsganglion bevindt zich meestal bovenop (de strekzijde van) de pols, maar soms ook aan de palmzijde / buigzijde van de pols. Ganglia kunnen spontaan ontstaan en van vorm of grootte veranderen en ook vanzelf weer volledig verdwijnen. Indien een polsganglion pijn in de pols veroorzaakt of de normale polsactiviteit belemmert, kan ervoor worden gekozen een echoscopie, röntgenfoto of botscan van de pols te maken. Zodoende kan worden uitgesloten dat de polsklachten niet van het onderliggende polsgericht afkomstig zijn.

Mocht het ganglion de boosdoener zijn (hetgeen extra aannemelijk is als het ganglion zich onder het polskapsel bevindt), kan het ganglion worden leeggezogen, worden ingespoten met een corticosteroïd, of in zijn geheel operatief worden weggehaald. Bij een operatieve ganglionverwijdering worden doorgaans ook de steel en de oorsprong verwijderd, dus ook een klein deel van het gewrichtskapsel of de peesschede waar het ganglion van uitgaat. Ook als een ganglion als cosmetisch / esthetisch ontsierend wordt ervaren, kan voor een operatie worden gekozen. Na een week drukverband kan de pols doorgaans weer als vanouds worden benut en belast. (bron)

Zolang een polsganglion geen klachten geeft, zal deze doorgaans niet worden behandeld. Overigens behoort een vetknobbeltje in de pols ook tot de mogelijkheden; zie voor meer informatie hieromtrent desgewenst dit artikel over huidgezwellen.

8. Roeierspols = pijn in het polsgewricht

Een roeierspols staat ook wel bekend als ‘oarsman’s wrist’ en intersectiesyndroom (IS). Het gaat hier om een pijnlijke ontsteking als gevolg van repetitieve wrijving. Specifieker gezegd: wrijving die optreedt op de plek waar 4 onderarmspieren –2 van de duim en 2 van de pols– elkaar kruisen. Deze klacht wordt veelvuldig gezien bij roeiers, vandaar de term ‘roeierspols’… Maar deze vorm van pijn in de pols manifesteert zich evengoed bij mensen die met veelvuldig + krachtig de pols buigen en strekken zonder dat zij daarbij roeispanen hanteren. Denk maar eens aan turners, gewichtheffers en racketsporters. Kenmerkende roeierspolssymptomen zijn onder andere:

  • Pijn aan de bovenzijde van pols of onderarm, enkele centimeters richting de duimzijde
  • Polspijn bij verschillende polsbewegingen: o.a. buigen, strekken en grijpen
  • Soms een lichte zwelling aan de bovenzijde van de onderarm
  • Een krakend of knisperend gevoel bij buigen of strekken van de pols

Plusminus 4 tot 8 centimeter boven het polsgewricht richting de elleboog worden 2 strekspieren van de pols (de musculus extensor carpi radialis longus + de musculus extensor carpi radialis brevis) gekruist door 2 strekspieren van de duim (de musculus extensor pollicis brevis + de musculus abductor pollicis longus). De strekpezen van deze spieren –evenals diens glibberige peeskokers– liggen op dit punt zeer dicht over elkaar heen. Bij repetitieve krachtige buig- en strekbewegingen van de pols ontstaat onderlinge wrijving en kunnen de peeskokers en pezen ontstoken raken, met een roeierspols van dien. (bron + bron + bron)

Let op: een roeierspols heeft qua klachtenpatroon en pijnlokalisering heel veel weg van ‘De Quervain’, en beide polsindicaties moeten dus niet met elkaar worden verward.

9. TFCC-letsel = pijn in de pols

TFCC staat voor ‘triangular fibrocartilage complex’ oftewel ‘triangulair fibrocartilagineus complex’, hetgeen waarmee de complexe driehoekige structuur wordt bedoeld en beschreven die ellepijp en spaakbeen met elkaar verbindt, ter hoogte van de pols. Het gaat hier om een bandensysteem voorzien van zeer stugge —fibrocartilagineuze– bindweefselstructuren, samengesteld uit een soort vezelig kraakbeen. Overigens functioneert het TFC-complex eveneens als een stootkussen: het vangt krachten op tussen ellepijp enerzijds en polsbeentjes (carpale handwortelbeentjes + metacarpale middenhandsbeentjes) anderzijds. Belangrijke symptomen van hevig TFCC-letsels (TFCC-scheur e.a.) zijn als volgt:

  • Pijnklachten aan de pinkzijde van de pols
  • Met name het belast draaien van het polsgewricht en het opdrukken vanuit een stoel veroorzaakt intense polspijn
  • Soms is het gewricht tussen spaakbeen en ellepijp instabiel, waardoor de ellepijp als een pianotoets kan worden ingedrukt

Ongevallen kunnen TFCC-letsels –en daarmee pijn in de pols– teweegbrengen. Door toedoen van polsoverbelasting of een te lange ellepijp (= Ulnair Impingement / Impactie Syndroom) kan eveneens TFCC-slijtage optreden. Bij plusminus 15% van alle polsfracturen treedt óók TFCC-letsel op, al dan niet gepaard gaande met kleine stukjes van de ellepijp die afbrokkelen en in de vorm van een ‘gewrichtsmuis’ c.q. ‘corpus liberum’ polsklachten veroorzaken. Overigens treedt TFCC-slijtage in de loop der jaren bij vrijwel iedereen op; onder 50-plussers kan bij plusminus 50% van de bevolking een scheur in het TFC-complex worden aangetoond. Zulke leeftijdsgerelateerde TFCC-degeneratie veroorzaakt meestal géén pijn in de pols, maar kan de beoordeling en diagnostisering van polspijn en aanverwante polsklachten ten zeerste bemoeilijken.

De behandeling van TFCC-letsels is met name afhankelijk van de onderliggende oorzaak, maar ook van de ernst en de tijd tussen het ontstaan van het letsel en het ontdekken van een afwijking. Diagnostisering gebeurt meestal via lichamelijk onderzoek, röntgenonderzoek, MRI-scan en/of kijkoperatie c.q. polsscopie c.q. artroscopie c.q. arthroscopie. Behandeling kan bestaan uit (4 à 6 weken) bovenarmgips, handtherapie, spalktherapie, NSAIDS en/of corticosteroïde-injecties. Middels een polsscopie kunnen TFCC-letsels worden aangetoond evenals behandeld. Losse TFCC-flarden kunnen worden gladgeschaafd of (al dan niet open of endoscopisch) gehecht: met botankertjes, pennetjes en staaldraad wordt het TFCC opnieuw vastgemaakt. Bij zéér ernstige instabiliteit wordt het TFC-complex gereconstrueerd met lichaamseigen peesweefsel of een prothese. (bron + bron + bron)

Degeneratief slijtageletsel veroorzaakt door een te lange ellepijp (UIS: Ulnair Impactie Syndroom) kan worden behandeld door de ellepijp in te korten: de ‘Wafer procedure’.

Pijn in de pols: tot slot…

Bovenstaande 8 oorzaken van pijn in de pols zijn (helaas) niet de enige potentiële boosdoeners voor wat betreft polsklachten… Als er na een polsbreuk een afgebroken stukje bot verkeerd terechtkomt (= ‘gewrichtsmuis’ c.q. ‘corpus liberum’) kan evengoed polspijn ontstaan. Hetzelfde geldt voor:

  • Een onderlinge standsverandering van twee handwortelbeentjes in het polsgewricht (= DISI-deformiteit);
  • Fibromyalgie (een bekende vorm van weke-delenreuma);
  • Handartrose, polsartrose, duimbasisartrose en met name pisotriquetrale artrose oftewel PT-artrose;
  • SNAC (Scaphoid Nonunion Advanced Collaps) & SLAC (Scapholunate Advanced Collaps): artrose c.q. slijtage aan de duimzijde van de pols
  • Polsbandenletsel: SL-dissociatie of -laesie & LT-letsel;
  • Reumatoïde artritis in de pols (een auto-immuunaandoening);
  • Kraakbeenloslating (= OCD: osteochondritis dissecans);
  • Schoudergordelsyndroom (= TOC: thoracic outlet syndrome);
  • Beklemming van een handzenuwtakje in de onderarm (= AIS: Anterior Interosseous Syndromeq. Syndroom van Kiloh-Nevin);
  • KANS (klachten van arm, nek en/of schouder);
  • ISTE: ‘Inter-Carpal Soft Tissue Entrapment’ oftewel intercarpale weke-delen-inklemming;
  • Lymfoedeem van de pols;
  • Interossale botganglion / botcyste in de pols;
  • Madelung-deformiteit: een aangeboren groeistoornis van het spaakbeen;
  • ‘Malunion Radius’: een polsbreuk waarbij de botdelen in een verkeerde stand vastgroeien
  • PTS: Pronator Teres Syndroom: een beklemming van de mediale armzenuw door overdruk van de armspier ‘musculus pronator teres’;
  • Radiale tunnelsyndroom (RTS) oftewel Posterior Interosseous Syndrome (PIS): beknelling van de zenuw ‘nervus radialis’ in de radiale tunnel
  • Pseudoartrose van de scafoid / scaphoid: een permanente c.q. ongeneeslijke fractuur van een handwortelbeentje aan de duimzijde van de pols
  • Ziekte van Kienböck (‘lunatomalacie’): aseptische necrose van het halve maanvormige handwortelbotje oftewel lunatum, door problemen met de bloedtoevoer
  • Bloedvatbeknelling in de polsregio
  • Tuberculose (TBC): bacteriële gewrichtsinfectie van het polsgewricht
  • Distorsie van de pols: verstuikt / verzwikt / verrekt polsgewricht

Tip: houd bij dagelijkse activiteiten je pijngrens in het oog. Probeer ze zodanig uit te voeren dat je er géén polspijn bij ervaart. Probeer taken regelmatig af te wisselen. Gun je polsen elke 30 tot 40 minuten korte rustpauzes c.q. ‘micropauzes’; wissel regelmatig van werkhouding; en zorg ervoor dat je polsen altijd de nodige bewegingsvrijheid hebben. Naarmate polsklachten afnemen, dien je je pols over het algemeen weer méér te bewegen. Test met regelmaat voorzichtig hoeveel je pols aankan zónder dat dit pijn oplevert. (bron + bron)

Heb jij vragen, opmerkingen of aanvullingen omtrent pijn in de pols? Deel jouw ervaringen, opvattingen, bevindingen en vraagstukken ten aanzien van polspijn in een berichtje hieronder!

Plaats een reactie


Je reactie wordt voor publicatie gekeurd door de redactie en dient te voldoen aan de regels voor reacties.