Twee verschillende vormen van zwaarlijvigheid

De medische indicatie ‘zwaarlijvigheid’ oftewel ‘obesitas’ wordt gebaseerd op je BMI. BMI staat voor ‘Body Mass Index’, een cijfertje dat het verband aangeeft tussen je lichaamslengte en lichaamsgewicht. Als je BMI te hoog is, ben je te zwaar voor je lengte en lijd je dus aan overgewicht. Hierbij een lijstje met gradaties:

  • BMI 25 tot 30: Overgewicht
  • BMI 30 tot 35: Obesitas
  • BMI 35 tot 40: Ernstige obesitas
  • BMI 40 tot 50: Morbide obesitas
  • BMI hoger dan 50 : Super obesitas

BMI versus lichaamssamenstelling

Hoewel het in veruit de meeste gevallen niet goed is om een hoge BMI te hebben, zijn er een aantal uitzonderingen. Zo kan een kleine, gespierde man een hoge BMI hebben en tegelijkertijd kerngezond zijn. Bovendien is er een belangrijke randvoorwaarde in geval van overgewicht, namelijk de locatie waar jouw vetweefsel wordt opgeslagen…

Lichaamstype

De plek waar vetmassa wordt opgeslagen, is allereerst afhankelijk van je lichaamstype. Lichaamstypes hebben niets te maken met eten en bewegen, maar met aangeboren postuur, botstructuur en lichaamschemie. Er zijn 3 verschillende aangeboren lichaamstypes, namelijk: ectomorf (“de slanke mens”), mesomorf (“de gespierde mens”) en endomorf (“de corpulente mens”). > Lees meer…

Subcutaan vet & visceraal vet

Je zou misschien zeggen dat een lange slungel gezond is vanwege diens lage BMI… Een slanke mens kan echter flink wat diepgelegen (visceraal) vet meeslepen, en dit vet is nou juist het schadelijkst! Overtollig buikvet is slecht, maar het gevaarlijkst is orgaanvet. En dan hoofdzakelijk vet in en rondom de lever.

Vet dat evenredig verdeeld is over het hele lichaam en zich direct onder de huid bevindt, wordt subcutaan vet genoemd. Subcutaan vet is beduidend minder schadelijk dan visceraal buikvet. Sterker nog: een subcutane vetlaag kan gezondheidsvoordelen opleveren! Een stevige, ronde, corpulente persoon kan dus kerngezond zijn. > Lees meer…

2 vormen van obesitas

Al met al zijn er twee vormen van zwaarlijvigheid: gynoïde obesitas (“peer-figuur”) en androïde obesitas (“appel-figuur”). Bij een peer concentreert de vetmassa zich vooral op de heupen en bovenbenen; bij een appel voornamelijk op de buik. (bron) Vooral appelvormig overgewicht is gevaarlijk, want het vergroot de kans op o.a. diabetes en coronaire hartziekten aanzienlijk.

Zet vet zich bij jou vooral af op de heupen of buik? Laat a.u.b. hieronder een reactie achter…

2 reacties op “Twee verschillende vormen van zwaarlijvigheid

  1. Farah ·

    Bij mij komt bijna alles wat eraan komt (de afgelopen 2 jaar helaas 40 kilo) op de bovenbenen, heupen en billen. Ik schat dat dat daar 90 % terecht is gekomen. Boven maat 44-46 ipv 44, maar voor de heupen 52-54 nodig ipv 44-46! Dat het vooral subcutaan vet is, is wel een troost maar ik moet er toch echt weer vanaf zien te komen want mijn gestel trekt dat extra gewicht niet!

    Reageer
    • tella ·

      Farah,
      Je bent niet de enige die daaraan lijdt, je hebt dus een troost.
      Ga eens wandelen, jullie hebben immers veel bossen. Dat zal wel helpen.

Plaats een reactie


Je reactie wordt voor publicatie gekeurd door de redactie en dient te voldoen aan de regels voor reacties.