hormoonhuishouding hormonale problemen

Hormoonhuishouding: problemen met hormonen & hormoonklieren

Inhoudsopgave:

Hormonen komen op talloze pagina’s van Gezond’r aan bod. Dat komt omdat het hormoonstelsel betrokken is bij zo’n beetje ALLES wat er in het menselijk lichaam gebeurt. Om die reden wordt in geval van gezondheidsproblemen nog weleens gezegd: “Dat ligt gewoon aan je hormoonhuishouding!”, maar aangezien je hormonale systeem extreem complex is, is het in geval van gezondheidsproblematiek belangrijk om te weten welk onderdeel van de hormoonbalans betrokken of verantwoordelijk is

Hierbij een uiteenzetting van de verschillende hormonen, hormoonklieren, hormoon-gerelateerde gezondheidsproblemen en medisch hormoonspecialisten…

Wat is een hormoon?

De term ‘hormoon’ komt van het Griekse ‘hormao’, hetgeen zoiets betekent als ‘in beweging zetten’. Hormonen zijn dan ook aandrijfstoffen die lichamelijke processen starten en allerlei organen en doelcellen in beweging brengen middels hormonale ‘prikkels’. In beginsel is een hormoon een signaalstof die ervoor zorgt dat elders in het lichaam activiteit plaatsvindt of juist wordt gestaakt. (bron + bron)

Een hormoon kan lichaamsprocessen starten, stoppen, versnellen of juist vertragen; daarom worden ze ook nog weleens ‘biokatalysatoren’ genoemd. Hormonen worden geproduceerd door verscheidene hormoonklieren oftewel endocriene klieren die verspreid liggen door het hele lichaam; vandaar dat men ook nog weleens van ‘klierstoffen’ spreekt… Belangrijke algemene kenmerken van hormonen zijn als volgt:

  • Beïnvloeden de stofwisseling dankzij het op gang brengen, versnellen of afremmen van metabolische processen.
  • Minuscule hoeveelheden kunnen al grote veranderingen teweegbrengen in fysiologische functies.
  • Circuleren in de bloedbaan en zijn veelal gebonden aan eiwitmoleculen die een transportfunctie bekleden (transporteiwitten).
  • Worden afgescheiden indien een specifieke prikkel
  • Worden ook continu afgebroken en met behulp van lever en nieren uitgescheiden.
  • Zijn uitsluitend werkzaam in bepaalde celtypen waarin hormoon-specifieke receptoren aanwezig zijn.
  • Éen en hetzelfde hormoon kan totaal verschillende (uit)werkingen hebben in diverse organen en weefsels.

Weetje: hoewel alle endocriene hormonen via je bloedbaan door je hele lichaam gieren, is elk hormoontype doelgericht afgestemd op een specifiek orgaan of weefsel (via hormoonreceptoren). Een hormoon doet dus alléén zijn werk waar het nodig is en is daarbuiten inactief.

Endocrien systeem: verschillende hormoonklieren

De term ‘endocrien’ komt eveneens uit het Grieks… ‘Endo’ betekent ‘binnenin’ en ‘crinis’ betekent ‘uitscheiden’. De endocriene hormoonklieren scheiden dan ook hormonale stoffen uit ín zichzelf. Via haarvaatjes binnen de betreffende hormoonklier worden ze opgenomen in de bloedbaan, waarna ze hun taken uitvoeren ín lichaamscellen en lichaamsweefsels. Een endocriene hormoonklier selecteert bepaalde stoffen uit de bloedbaan, verwerkt ze tot een hormonaal eindproduct, scheidt dit product weer uit in de bloedbaan, van waaruit het terechtkomt op de plek waar het nodig is om een signaal af te geven. (bron + bron)

De hormoonhuishouding oftewel het ‘endocriene systeem’ omvat alle hormoon-producerende klieren in het menselijk lichaam waaruit hormonen voortkomen die binnenin het lichaam hun functie(s)vervullen. Bijna ieder orgaan en iedere cel in je lichaam wordt beïnvloed door één of meerdere hormoontypen… Je hormoonhuishouding bekleedt dan ook een cruciale rol binnen het optimaal (of überhaupt) functioneren van het menselijk lichaam! Zonder hormonen géén emoties, gevoelens, gedragingen, groei, ontwikkeling, orgaanfuncties, stofwisseling, spijsvertering, vochthuishouding, zouthuishouding, voortplanting óf leven…

Hierbij een uiteenzetting van de verschillende endocriene hormoonklieren en aanverwante hormoonproductieplaatsen, evenals de verscheidenheid aan hormonen die zij produceren…

A. Hormoonklieren in de hersenen

De belangrijkste endocriene hormoonklieren die onderdeel uitmaken van de hormoonhuishouding bevinden zich in je hersenen. Ze zijn het meest invloedrijk omdat ze een primaire aansturende functie bekleden en zodoende vereist zijn om alle andere hormoonklieren aan te sturen

1. Hypothalamus: regelcentrum / besturingssysteem

De hypothalamus oftewel het ‘hypothalamium’ in de hersenen fungeert voornamelijk als aansturing en controleur van het volledige endocriene hormoonsysteem. De hypothalamus beïnvloedt –direct dan wel indirect– je geheugen, autonome zenuwstelsel, lichaamstemperatuurregulatie, vochtbalans, emoties, emotionele gedragingen, hongergevoel, dorstgevoel, voedingsgedragingen, dag-nachtritme, slaap-waakritme, bloeddruk, hartslag, seksuele opwinding, voortplantingsgedragingen en meer!

De hypothalamus ontvangt signalen (input) en verstuurt signalen (output) vanuit allerhande lichaamsstructuren. Binnen de context der hormoonhuishouding is met name de endocriene signaaloutput relevant. De hypothalamus verstuurt namelijk talloze hormonale seinen; met name richting de neurohypofyse. De hypothalamus zorgt er zodoende voor dat alle andere hormoonklieren hormonen uitscheiden… De belangrijkste hormonen die door de neurosecretoire cellen van de hypothalamus worden geproduceerd zijn als volgt:

  • ADH (antidiuretisch hormoon) oftewel AVP (argininevasopressine) → Wordt via zenuwuiteinden naar de hypofyseachterkwab getransporteerd; o.a. verantwoordelijk voor waterresorptie door de nieren voor een geconcentreerdere urine en een hogere bloeddruk.
  • OT (oxytocine) → Wordt via zenuwuiteinden naar de hypofyseachterkwab getransporteerd; bevordert contractie van (myo)epitheelklierweefsel van o.a. de borstklieren en melkuitvoergangetjes in de borsten; doet eveneens glad spierweefsel in o.a. de uterus / baarmoeder contraheren.
  • GHRH (groeihormoon releasing hormone) → stimuleert de groeihormoonprodutie in de hypofysevoorkwab.
  • GHRIH (groeihormoon release-inhibiting hormone) → remt de groeihormoonproductie in de hypofysevoorkwab.
  • TRH (thyreotropine releasing hormone): stimuleert de TSH-productie in de hypofysevoorkwab.
  • CRH (corticotropine releaseing hormone): stimuleert de ACTH-productie in de hypofysevoorkwab.
  • GnRH (gonadotropine releasing hormone): stimuleert de LH- en de FSH-afgifte in de hypofysevoorkwab.

Een probleem met of beschadiging van de hypothalamus kan al met al zeer diverse en zéér ingrijpende hormonale gevolgen hebben! Experts op het gebied van de hypothalamus zijn o.a. de neuroloog, de internist-endocrinoloog en de neurochirurg.

2. Hypofyse: hersenaanhangsel

De hypofyse is via de hypofysesteel verbonden aan de hypothalamus en werkt hoofdzakelijk op diens commando. De hypothalamus ‘meet’ of er voldoende van een bepaald hormoon in de bloedbaan aanwezig is… Indien meer of juist minder van een bepaald hormoon vereist is, krijgt de hypofyse een hormonaal of neuraal seintje van de hypothalamus. Sommige van deze hormonale of neurale seintjes stimuleren de afgifte van hypofysehormonen; andere remmen de afgifte van hypofysehormonen. Zodoende kan een optimale hormoonhuishouding c.q. hormoonbalans worden gewaarborgd.

De hypofyse staat bekend als ‘meesterklier’ der hormoonhuishouding, fungeert als overkoepelend coördinatiesysteem binnen het hormonale stelsel en bestaat uit een voorkwab en een achterkwab. De adenohypofyse oftewel hypofysevoorkwab (HVK) bestaat uit hormoon-producerend klierweefsel dat wordt gecommandeerd door de hypothalamus. De hypothalamus maakt namelijk hormonen aan die de voorkwab remmen of stimuleren in diens hormoonproductie. De neurohypofyse oftewel hypofyse-achterkwab (HAK) bestaat uit zenuwweefsel dat hypothalamushormonen doorgeeft aan het bloed… De bekendste hypofysehormonen zijn als volgt:

  • GH (groeihormoon) oftewel somatropine oftewel STH (somatotroop hormoon) → Regelt de groei van lange pijpbeenderen en spierweefsel; werkt eiwitopbouwend (anabool), vetafbrekend (lipolytisch) en bloedsuikerverhogend (glycogenolytisch); ook wel Humaan Groei Hormoon (HGH) genoemd.
  • TSH (thyreoïdstimulerend hormoon) oftewel thyreotroof hormoon (TTH) → Zet de schildklier aan tot productie van schildklierhormoon thyroxine (T4) en tri-joodthyronine / triiodothyronine (T3); daarnaast zorgt het ervoor dat er in de schildklier calcitonine geproduceerd wordt, hetgeen het calciumgehalte in het bloed en de resorptie van calcium in de nieren en darmen reguleert.
  • ACTH (adrenocorticotroof hormoon) oftewel corticotropine → Zet de bijnierschors aan tot de productie van bijnierschorshormonen –met name cortisol, in mindere mate androgenen– welke talloze functies in het menselijk lichaam bekleden.
  • PRL (prolactine) → Dit hormoon komt vooral vrij tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode bij vrouwen. Omdat galactorroe (het stimuleren van de moedermelkproductie en moedermelkafscheiding) tot diens voornaamste functies behoort, wordt het ook wel ‘melkvormend’ hormoon genoemd.
  • MSH (melanocyt-stimulerend hormoon) oftewel melanotropine → Stimuleert de productie en afgifte van het kleurpigment melanine door melanocyten in de huid, hetgeen ook wel melanogenese wordt genoemd.
  • END (endorfine) → Alfa (α)-, bèta (β)- en gamma (γ)-endorfinen (AE, BE en GE) werken in de eerste plaats pijn-onderdrukkend, maar zorgen ook voor een gevoel van geluk / euforie.
  • Gonadotrofinen (gonadotrope hormonen) → Oefenen invloed uit op de eierstokken en teelballen, te weten:
  • FSH (follikelstimulerend hormoon) → Stimuleert de groei en rijping van follikels in de eierstokken / ovaria bij de vrouw, evenals de oestrogeenproductie… Bevordert de spermacelontwikkeling oftewel spermatogenese van spermatozoën bij de man in de teelballen / testes, evenals de indaling van de testikels in de balzak.
  • LH (luteïniserend hormoon) oftewel ICSH (interstitiële-cellenstimulerend hormoon) → In de eierstok bevordert LH de oestradiolproductie, de rijping van de eicel, de ovulatie / eisprong, de innesteling / nidatie van de bevruchte eicel en de vorming van het ‘geel lichaam’ oftewel ‘corpus luteum’… In de zaadbal stimuleert LH de cellen van Leydig om testosteron te produceren; ook bevordert het.

Beide gonadotrope hormonen (FSH en LH) stimuleren dus de hormoonproductie van de gonaden / geslachtsklieren. Experts op het gebied van de hypofyse zijn eveneens de neuroloog, de internist-endocrinoloog en de neurochirurg.

3. Epifyse: pijnappelklier

De pijnappelklier oftewel het conarium oftewel de epifyse is een piepkleine endocriene hormoonklier in de hersenen; direct onder het corpus callosum c.q. de hersenbalk gelegen: tégen het dak van de tussenhersenen. De epifyse heeft de omvang van een gedroogde erwt en weegt nauwelijks 200 milligram. De epifyse is een zogenaamde ‘jeugdklier’ die vanaf het elfde levensjaar afneemt in omvang en activiteit. Tot de puberteit heeft de epifyse een remmende werking op de hormonale activiteit van de geslachtsklieren. Zodra de epifyse-activiteit plotsklaps sterk afneemt, krijgen de geslachtsklieren het sein geslachtshormonen te mogen produceren beginnen. (bron)

Als fijngevoelig neuronaal en endocrien regelorgaan heeft de pijnappelklier zich evolutionair ontwikkeld uit het zogeheten derde oog c.q. kruinoog. De belangrijkste taak van de pijnappelklier is neurotransmitters (serotonine, pinoline, dimethyltryptamine e.a.) produceren. Binnen de hormoonhuishouding speelt de epifyse ook een belangrijke rol, namelijk een hormoon, afscheiden:

  • MLT (melatonine) → Beïnvloedt het circadiaanse slaap-waakritme; bij hoge melatoninespiegels wordt je slaperig, bij gebrek aan melatonine kan insomnie / slapeloosheid optreden.

De kleine hormoon-producerende pijnappelklier is gevoelig voor oogimpulsen, welke informatie dragen over de hoeveelheid aanwezig daglicht. Met deze lichtinformatie brengt de epifyse een circadiaans dag-nachtritme en slaap-waakritme tot stand, door meer of minder melatonine te produceren. Melatonine onderdrukt de activiteit van de melatoninereceptoren MT1 en MT2; wanneer deze receptoren worden geprikkeld, wordt het waakcentrum geremd en het slaapcentrum gestimuleerd.Zodoende werkt melatonine slaapbevorderend

De neuroloog (zenuwexpert), de internist-endocrinoloog (hormonenexpert) en de somnoloog (slaapexpert) zijn gespecialiseerd op het gebied van de epifyse oftewel pijnappelklier.

B. Hormoonklieren in de hals

In het halsgebied bevinden zich meerdere hormoonklieren. Hierbij een opsomming van de ‘halshormoonklieren’ en diens hormonale / endocriene afscheidingsproducten:

1. Schildklier

De schildklier behoort tot de belangrijkste c.q. invloedrijkste hormoonklieren binnen het menselijk lichaam. Dit vlindervormige endocriene kliertje is zo groot als een walnoot en bevindt zich aan de voorzijde van de hals: vóór het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. De schildklier bestaat uit een tweetal schildklierlobben oftewel schildklierkwabben die onderling verbonden zijn via de schildklierbrug. De lobben / kwabben der schidlklier liggen aan weerszijden van de luchtpijp.

De schildklier produceert meerdere hormonen… T0, T1 en T2 worden vooralsnog door velen beschouwd als precursors van hormonen en soms als nutteloze bijproducten van de schildklierhormoonproductie. Toch zijn er volop aanwijzingen dat er meer mee aan de hand is… De daadwerkelijke hormonen die door de schildklier worden geproduceerd, zijn als volgt:

  • T4 (thyroxine) → Een inactief prehormoon dat dient als voorloper van T3 en indien nodig zeer efficiënt kan worden omgezet naar T3.
  • T3 (tri-joodthyronine) → Actief schildklierhormoon; stimuleert de stofwisseling; is in de eerste levensjaren van cruciaal belang voor de hersenontwikkeling.
  • CT (calcitonine / thyrocalcitonine) → Verlaagt de calciumspiegels in het bloed; reguleert de resorptie van calcium in nieren en darmen.

Meer over de schildklierfunctie –en de rol van schildklierhormonen binnen de hormoonhuishouding– kun je desgewenst lezen in de volgende schildklierartikels: – Schildklierwerking: wat is de functie van de schildklier?; – Schildkliersymptomen: Hoe herken je schildklierproblemen?; – Schildklierwaarden: T4, T3, T2 + T1 (waarden schildklier)…

2. Bijschildklieren

De ‘glandulae parathyroideae’ oftewel bijschildklieren zijn minuscule hormoonkliertjes, zo groot als dikke rijstkorrels. (bron) Het overgrote merendeel van alle mensen beschikt van nature over een viertal bijschildklieren, al kunnen dit er ook meer of minder zijn: nagenoeg altijd tussen de 1 en 8 stuks. Ook qua ligging der bijschildklieren is sprake van fikse variatie (bron + bron)…

De bijschildklieren zijn meestal netjes rondom de schildklier gelokaliseerd, maar ze kúnnen in een uitgebreid gebied voorkomen: van hoog in de hals nabij het tongbeen tot laag in de borstholte nabij het hart (bron + bron)… voor of achter de slokdarm, maar ook opzij van de halsslagaders. Hoewel de bijschildklieren in beginsel niets met de schildklierfunctie te maken hebben, produceren ze net als de schildklier hormonen, namelijk:

  • PTH (parathyreoïdhormoon c.q. parathormoon c.q. parathyrine) → Bijschildklierhormonen spelen een cruciale rol binnen de kalkhuishouding en fosfaathuishouding; het zorgt voor een optimaal evenwicht tussen calcium in botten en calcium in de bloedbaan; verlaagt eveneens het fosfaatgehalte; reguleert samen met actief vitamine D (1,25-DHCC) de botaanmaak en botafbraak…

De aangewezen medisch specialist voor schildklierklachten en bijschildklierproblemen is de internist-endocrinoloog oftewel de internist-schildklierspecialist (soms ook ‘thyroidoloog’ genoemd).

C. Hormoonklieren in + achter de buikholte

In (en achter) de buikholte bevinden zich meerdere organen die hormonen produceren en daarmee onderdeel uitmaken van de hormoonhuishouding:

1. Nieren

De nieren liggen niet in, maar achter de buikholte. En ze staan niet bepaald bekend als hormoonklieren… Niet gek, want ze bekleden voornamelijk een filterfunctie binnen het menselijk lichaam. Toch produceren de nieren een hormoon, genaamd:

  • EPO (erytropoëtine) → Stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen (= erytropoëse).

‘Epo’ staat onder andere bekend als duursportdoping; de lever en macrofaagcellen leveren overigens óók een (zeer beperkte) bijdrage aan de erytropoëtineproductie.

2. Bijnieren

Zoals de bijschildklieren niet als doel hebben de schildklier te ondersteunen, zijn de bijnieren géén hulpjes van de nieren. In principe heeft iedereen 2 ‘glandulae adrenales’ oftewel bijnieren; ze zien eruit als gelige, vlezige –enigszins afgeplatte– hompjes, ter grootte van het laatste duimkootje. Elk van beide bijnieren ligt als een kapje bovenop het niervet van een nier en weegt circa 5 gram.

Beide bijnieren bestaan uit twee delen, namelijk de schors oftewel de buitenkant oftewel de cortex… en de kern oftewel het merg oftewel de medulla. De bijnierschors weegt plusminus 4 gram en omvat daarmee 90% van het totaalgewicht. Het bijniermerg weegt iets minder dan 1 gram en is goed voor de overige 10%.

De bijnierschors maakt onderdeel uit van de hormoonhuishouding en produceert een drietal zeer belangrijke steroïde hormonen, namelijk: cortisol, aldosteron en enkele androgenen en oestrogenen. Het bijniermerg produceert catecholamines (een bepaald type neurotransmitters), waaronder dopamine en noradrenaline / norepinefrine / levarterenol. Sommige hiervan fungeren eveneens als endocrien hormoon. Hierbij een overzicht van alle bijnierschorshormonen en bijniermerghormonen:

  • AD (adrenaline) → Adrenaline oftewel epinefrine wordt geproduceerd door het bijniermerg. Dit hormoon vernauwt bloedvaten (behalve van spieren en hart) en verhoogt zodoende de bloeddruk; verwijdt de luchtwegen; veroorzaakt stressreactie (fight or flight); werkt bloedsuikerverhogend.
  • NA (noradrenaline) → Ook noradrenaline oftewel norepinefrine oftewel levarterenol is een product van het bijniermerg. In diens functie van hormoon is het vergelijkbaar met adrenaline.
  • COR (cortisol) → Deze glucocorticoïde wordt geproduceerd door de middelste laag (zona fasciculata) van de bijnierschors en speelt een belangrijke rol binnen de voedselvertering (eiwitstofwisseling / proteïnemetabolisme, vetstofwisseling / lipidemetabolisme en suikerstofwisseling / koolhydraatmetabolisme); vormt een belangrijk verdedigingsmechanisme tegen stress; werkt in overmaat ontstekingsremmend en groeivertragend; verhoogt de bloedsuikerniveaus; omdat cortisol vrijkomt bij zowel fysieke als mentale stress wordt het ook wel een ‘stresshormoon’ genoemd… De glucocorticoïden bestaan voor 95% uit cortisol. (bron)
  • ALD (aldosteron) → Deze mineralocorticoïde wordt geproduceerd door de buitenste laag (zona glomerulosa) van de bijnierschors en reguleert de elektrolytenhuishouding (natrium, kalium, magnesium e.a.) van het bloed; speelt zodoende een belangrijke rol binnen de vochthuishouding (qua water) en mineraalhuishouding (qua zouten); stimuleert de nieren om water en natrium vast te houden en kalium uit te scheiden; reguleert indirect de bloeddruk… De mineralocorticoïden bestaan voor 95% uit aldosteron. (bron)
  • Bijnierandrogenen & Bijnieroestrogenen → De binnenste laag van de bijnierschors (zona reticularis) produceert precursors / prohormonen van zowel androgenen (mannelijke geslachtshormonen) als oestrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen) uit cholesterol. De belangrijkste hiervan zijn dehydroepiandrosteron (DHEA) en androsteendion (A4). Normaliter voorzien de bijnieren in een zéér geringe androgeenproductie en oestrogeenproductie; zéker in vergelijking tot de geslachtsklieren…

De bijnieren staan onder controle van de hypofyse. Medisch deskundigen op gebied van de bijnieren zijn bij uitstek internist-endocrinologen oftewel hormoonspecialisten. (bron + bron + bron)

3. Alvleesklier

De alvleesklier oftewel ‘pancreas’ is een cruciaal buikorgaan dat verscheidene enzymen en hormonen afscheidt. De endocriene / inwendige hormoonafscheiding aan het bloed wordt op zich genomen door de ‘eilandjes van Langerhans’. (bron) De belangrijkste endocriene alvleesklierhormonen zijn als volgt:

  • INS (insuline) → De bètacellen (B-cellen / β-cellen) van de alvleesklier produceren insuline. Dit alvleesklierhormoon bevordert de opname van glucose in de cel en werkt zodoende bloedsuikerverlagend. (bron)
  • GLN (glucagon) → De alfacellen (A-cellen / α-cellen) van de alvleesklier produceren glucagon. Dit hormoon bevordert de glycogeenafbraak in de lever en verhoogt zodoende de bloedsuikerspiegel.
  • SST (somatostatine) → De deltacellen (D-cellen / δ-cellen) van de alvleesklier produceren s Dit pancreashormoon
  • PP (pancreaspolypeptide) → De F-cellen (ϝ-cellen / PP-cellen) van de alvleesklier verzekeren de verbinding tussen de eilandjes van Langerhans enerzijds en de rest van de alvleesklier anderzijds. Ze produceren een hormoon dat ook wel pancreaspolypeptide of PP wordt genoemd en synthetiseren hormoonachtige stoffen, waaronder lipokaïne en vagotonine. PP zorgt o.a. voor voldaanheidsseintjes na het eten.
  • GN (gastrine) → Dit hormoon wordt in principe geproduceerd en entero-enocrien afgescheiden door maagwand en darmwand. Bij het syndroom van Zollinger-Ellison kan echter een gastrine-producerend gezwel in de eilandjes van Langerhans ontstaan dat voor een overmatige maagzuurproductie zorgt, met ernstige recidiverende zweren in de twaalfvingerige darm tot gevolg.

Ook ghreline, amyline en de hormonale precursors preproinsuline, proglucagon en vasoactief intestinaal peptide (VIP) kunnen door de alvleesklier worden geproduceerd en endcocrien worden afgescheiden. Aangewezen alvleesklierexperts zijn onder meer de MDL-arts (maag-darm-leverarts) de internist-endocrinoloog, de internist-diabetoloog en de ‘pancreatoloog’.

4. Lever

De lever speelt een belangrijke rol binnen de bloedvorming, de galproductie (en daarmee de spijsvertering), de metabole stofwisseling, de lichaamsverwarming, de opslag van verscheidene nutriënten en de afbraak van hormonen. Wat niet iedereen weet, is dat de lever ook enkele uiterst belangwekkende hormonen produceert, namelijk:

  • AGT (angiotensinogeen) → AGT wordt met behulp van het nierenzym renine omgezet in angiotensine, hetgeen bloeddrukverhogend werkt en bovendien de aldosteronsynthese en het RAAS (Renine-Angiotensine-Aldosteron-Systeem) stimuleert. (bron)
  • IGF (insulinegelijkende groeifactoren) → De lever produceert het insuline-achtige IGF-I en IGF-II, evenals IGF-bindende eiwitten (IGFBP-1 t/m 6); het gaat om intermediairs in het effect van humaan groeihormoon / somatomedine op de lengtegroei; ze spelen een belangrijke rol in de celstofwisseling en weefselstofwisseling. Overigens worden IGF’s en IGF-binders eveneens geproduceerd door allerlei andere weefsels (bron)…
  • TPO (trombopoïetine) → De lever maakt tezamen met de nieren het hormoon trombopoïetine aan, hetgeen de productie van bloedplaatjes / trombocyten reguleert. (bron)
  • HEPC (hepcidine) → Het hormoon hepcidine wordt door de lever aangemaakt om de lichamelijke ijzerhuishouding (ijzeropname en ijzerdistributie) te reguleren. (bron + bron + bron)
  • BTF (betatrofine) → Een tijdje werd gedacht dat dit leverhormoon de alvleesklier zou stimuleren om insuline aan te maken, maar inmiddels is men hier allesbehalve zeker van. (bron)

Overigens zijn –behalve– endocrinologen óók klinisch pathologen veelal bekend met (ziekten van) de endocriene klieren en hormoon-afscheidende organen in de buikholte die onderdeel uitmaken van de humane hormoonhuishouding…

D. Hormoonproducerende geslachtsklieren

De mannelijke geslachtsklieren (zaadballen / testes) en de vrouwelijke geslachtsklieren (eierstokken / ovaria) produceren niet alleen gameten / geslachtscellen (zaadcellen in de testes van de man, eicellen in de ovaria van de vrouw), maar ook geslachtshormonen. (bron) De belangrijkste hormonen die worden geproduceerd door de geslachtsklieren zijn als volgt:

  • E1 (oestron) → Een steroïdehormoon (sekssteroïde) en een zwak / minderwaardig oestrogeen (primair vrouwelijk sekshormoon). Diens belangrijkste functie is als ‘voorloper’ van potentere oestrogenen.
  • E2 (oestradiol) → Het belangrijkste en meest voorkomende oestrogeen dat de borstontwikkeling en overige vrouwelijke geslachtskenmerken stimuleert; bevordert ook de botgroei en skeletrijping; werkt mee aan de opbouw van baarmoederslijmvlies; stimuleert de eicelontwikkeling. (bron)
  • E3 (oestriol) → Komt voornamelijk voor tijdens de zwangerschap; heeft een vergelijkbare werking met oestradiol en kan worden gemetaboliseerd naar oestradiol.
  • E4 (oestetrol) → Kan uitsluitend worden gedetecteerd in zwangere vrouwen; lijkt grotendeels afkomstig van de lever van de foetus. (bron + bron)
  • P4 (progesteron) → Veruit het belangrijkste progestageen; houdt de zwangerschap in stand; zorgt samen met oestrogenen voor de opbouw en afstoting van baarmoederslijmvlies (menstruatiecyclus). (bron)
  • TST (testosteron) → Het voornaamste androgeen (primair mannelijk sekshormoon); een steroïde die de ontwikkeling van de mannelijke secundaire geslachtskenmerken stimuleert; speelt een rol bij de zaadcelvorming (spermatogenese); bevordert de groei, maar –door omzetting in oestrogenen– ook de skeletrijping. (bron)
  • A4 (androsteendion) → Sterk gerelateerd aan A5, maar speelt eveneens een rol in de biosynthese van de oestrogenen oestron en oestradiol.
  • A5 (androsteendiol) → Een zwakke androgene en oestrogene steroïde; een intermediair in de biosynthese van het androgeen testosteron.
  • DHEA (dehydroepiandrosteron) → Prohormoon / precursor van A4; wordt eveneens aangemaakt door bijnieren, vetweefsel en huid.
  • DHT (dihydrotestosteron) → Heeft een 3x sterkere androgene werking dan zijn voorloper testosteron; wordt met behulp van enzymen geproduceerd uit testosteron; niet alleen in de testes, maar ook in de prostaat, de bijballen, de zaadblaasjes, de huid, de haarfollikels, de lever en de hersenen.

Wellicht met uitzondering van oestetrol komt elk van bovenstaande geslachtshormonen van nature voor in zowel mannen als vrouwen. In vrouwen komen echter gigantisch veel meer oestrogenen en progestagenen voor; met name oestradiol en progesteron… En in de mannelijke hormoonhuishouding beduidend meer androgenen; met name testosteron. Welke functie oestrogenen bekleden in mannen is nog niet geheel duidelijk. De internist-endocrinoloog, de gynaecoloog, de androloog, de voortplantingsgeneeskundige en de seksuoloog zijn als geen ander thuis in deze ‘geslachtshormonale materie’.

E. Vetweefsel = hormoonhuishouding

Tot enkele decennia geleden was men ervan overtuigd dat vetweefsel oftewel ‘adipeus weefsel’ in essentie inactief en sluimerend weefsel is met een louter isolerende en beschermende functie. Inmiddels weten we echter dat witte vetcellen –oftewel ‘witte adipocyten’ oftewel ‘wit vetweefsel’ oftewel ‘white adipose tissue’ (WAT)—uitermate ‘intelligent’ zijn en ten minste 80 verschillende eiwitten produceren, waaronder een aantal hormonen. De belangrijkste hiervan zijn als volgt:

  • LEP (leptine) → Remt de eetlust; speelt een rol bij de regulatie van het lichaamsgewicht en mogelijkerwijs de puberteitsontwikkeling… Diens tegenhanger is het ‘hongerhormoon’ ghreline oftewel lenomoreline. (bron + bron)
  • Asprosine → Stimuleert glucoseproductie door de lever; verder nog maar weinig over bekend. (bron + bron)
  • Adipsine → Functie grotendeels onbekend…
  • Verder kunnen ook vetcellen / oestrogeen produceren.
  • ASP (acylation-stimulating protein) → Stimuleert insulinesecretie. (bron)
  • Adiponectine → Reguleert glucoseniveaus en de afbraak van vetzuren. (bron)
  • Resistine → Zou een rol spelen in hypercholesterolemie en insulineresistentie. Tevens bekend als ‘adipose tissue-specific secretory factor’ (ADSF). (bron)
  • Oestrogenen → Oestrogenen beïnvloeden de vetverdeling en bevorderen de vetopslag. Het overgrote merendeel wordt geproduceerd in de geslachtsklieren, maar ook vetcellen kunnen kleine beetjes oestrogeen produceren en zodoende ‘oestrogeendominantie’ in de hand werken.

De invloed van vetweefsel en vetcellen op de menselijke hormoonhuishouding –en op het menselijk lichaam in zijn geheel– is al met al veel diepgaander dan tot voor kort werd gedacht. (bron + bron + bron + bron + bron) Met vragen over je hormoonhuishouding in relatie tot vetweefsel kun je het beste terecht bij de endocrinoloog of de diëtist.

F. Zwezerik: endocriene hormoonklier in de borstholte

De thymusklier oftewel ‘zwezerik’ ligt achter het borstbeen en vóór de luchtpijp, en strekt zich uit tot aan de schildklier en nabij de hartstreek. Deze endocriene klier bestaat uit twee grijs-roze lobben met daaromheen een kapsel. Elk van beide lobben bestaat uit kleine lobjes / lobuli, die weer bestaan uit minuscule follikels. Elke follikel bestaat uit een merg / medulla en een schors / cortex.

De zwezerik is –net als de pijnappelklier– een typische jeugdklier… Rond de puberteit is de thymus relatief groot en weegt ‘ie 20 tot 40 gram. Na het vijftiende levensjaar begint de thymusklier echter te verschrompelen, en eenmaal tot wasdom gekomen, is er niet of nauwelijks iets meer van over.

Aanvankelijk heeft de thymusklier een hormonale werking, waardoor de lichaamsgroei wordt gestimuleerd en het lichaam wordt voorbereid op de productie van belangrijke antistoffen. Het zijn de geslachtshormonen die een eind maken aan de endocriene thymusactiviteit. De belangrijkste ‘thymische’ hormonen zijn als volgt:

  • Thymosine bèta-4 → Speelt een essentiële rol binnen de aanmaak van “geheugencellen” die het ‘recept’ van afweerstoffen onthouden tegen doorgemaakte ziekten.
  • Bètathymosinen → Een groep proteïnehormonen die de immuunrespons moduleren en verwant zijn aan TB4. (bron)
  • Thymosine alfa-1 → Belangrijk voor de rijping van T-lymfocyten: afweercellen die onderdeel uitmaken van de specifieke cellulaire afweer.

Relatief kort geleden werd duidelijk dat de zwezerik een belangrijke rol speelt binnen het lymfesysteem en tezamen met andere organen betrokken is bij het immuunsysteem. Experts op gebied van de zwezerik en de overige onderdelen van het lymfestelsel zijn onder meer de lymfoloog, immunoloog, endocrinoloog, infectioloog en hematoloog. (bron + bron)

Endocrien versus exocrien versus paracrien

Binnen de endocrinologie / hormonenleer bestudeert men hormonen. In eerste instantie gaat het om de endocriene hormoonklieren (hypofyse, hypothalamus, thymusklier, pijnappelklier, schildklier, bijschildklieren, bijnieren, geslachtsklieren en eilandjes van Langerhans) met inwendige hormoonsecretie, dus klieren die en die hormonen in zichzelf afscheiden, waarna ze via kleine haarvaatjes die door de betreffende klier lopen in de bloedbaan worden opgenomen en via die weg worden getransporteerd naar de doelweefsels, doelcellen en doelreceptoren.

Naast deze endocriene hormoonklieren en endocriene hormonen zijn er ook tal van paracriene (hormonale signalen tussen naburige cellen) en exocriene (cel beïnvloedt eigen functie met hormonaal signaal) hormonen die onderdeel uitmaken van de hormoonhuishouding. Ze worden geproduceerd door o.a. de maagwandkliertjes, de darmwandkliertjes, de speekselklieren, de zweetklieren, de talgklieren, de melkklieren, de anaalklieren, het hart, de prostaat, de nieren, de lever, de placenta en deels ook de alvleesklier. Hierbij is veelal sprake van uitwendige afscheiding oftewel exocriene secretie. Alleen al de darmen produceren 20+ verschillende hormonen. (bron + bron)

Behalve het bloed produceert nagenoeg elke lichaamscel en elk lichaamsweefsel ‘lokale hormonen’: (paracriene) prostagladinen en leukotriënen…

Terugkoppelingsmechanismen der hormoonhuishouding

Alle hormonen binnen de hormoonhuishouding hebben een regelfunctie in het lichaam; ze maken deel uit van –soms eenvoudige, soms complexe– regelsystemen. Hormonale effecten zijn doorgaans uiterst gecompliceerd. Zo kan één hormoon meerdere effecten hebben, die al dan niet veranderen tijdens bepaalde levensfasen. Omgekeerd kunnen twee totáál verschillende hormonen vergelijkbare en gelijkaardige effecten teweegbrengen. De biologische activiteit van een hormoon wordt bepaald door 2 variabelen: de beschikbare hoeveelheid van het hormoon en de werkzaamheid en gevoeligheid van doelcellen en doelreceptoren.

Karakteristiek voor het hormonale systeem zijn de terugkoppelingsmechanismen die zowel negatief als positief kunnen zijn. Het principe van deze feedbackregulatie (negatieve feedback c.q. ‘tegenkoppeling’ en positieve feedback) is als volgt: veel hormonen remmen of stimuleren op hypothalamusniveau en/of hypofyseniveau de secretie van hun eigen stuurhormonen en remmen of stimuleren daarmee hun eigen secretie.

Hormonale gezondheidsproblemen

De hormoonhuishouding is een ingenieus, maar gevoelig systeem… Hormoonniveaus die te hoog of te laag zijn, veroorzaken gezondheidsproblematiek en duiden op een probleem binnen het endocriene systeem. Endocriene klieren kunnen te snel werken, dus te véél hormonen afscheiden… Of juist te tráág werken en zodoende te weinig hormonen uitscheiden… Ook kan je lichaam incorrect reageren op een afdoende hoeveelheid hormonen, bijvoorbeeld door problemen met hormoonreceptoren. Goedaardige en kwaadaardige gezwellen in (of nabij) endocriene klieren kunnen de hormoonafscheiding remmen of juist zélf een overvloedige hoeveelheid hormonen produceren. Enkele voorbeelden van hormonale gezondheidsproblemen zijn als volgt:

  • Aansturingsproblemen m.b.t. hypofyse of hypothalamus
  • Diabetes mellitus (suikerziekte) & insulineresistentie
  • Tumoren in of nabij hormoonklieren (‘MEN’ e.a.) (bron)
  • Schildklierproblemen: te trage of te snelle schildklierwerking
  • Geslachtsorgaanafwijkingen: afwijkingen van teelballen of eierstokken (bron)
  • Vervroegde overgang & menopauzale strubbelingen
  • Vervroegde puberteit & puberteitsproblemen
  • Groeistoornissen t.a.v. groeihormonen
  • Directe schade aan hormoonklieren
  • Ziekte van Addison & bijnierschorsinsufficiëntie
  • Ziekte van Cushing
  • Acromegalie / hypersomie / macrosomie / reuzengroei / gigantisme
  • Vitamine D-tekort (aangezien vitamine D een hormoon betreft)
  • Hypopituïtarisme: tekort aan hypofysehormonen
  • Testosterontekort (tekort aan androgene hormonen)
  • Polycysteus ovariumsyndroom (PCOS)
  • Menstruatiepijn

Hormonaal onderzoek…

In beginsel zijn hormonen uitermate sterkwerkende substanties. Vandaar dat hun concentratie in bloed en weefsels laag is, waardoor ze soms lastig te meten zijn. Toch zijn er in de loop der jaren gevoelige en relatief betrouwbare bepalingsmethoden ontwikkeld voor veruit de meeste hormonen. De belangrijkste hormoononderzoeken zijn als volgt:

  • Bloedonderzoek door een Klinisch Chemisch Laboratorium (KCL) van de hormonen zélf of diens aansturingsstoffen.
  • Hormoonfunctietest: een dynamische functietest waarbij de hormoonproductie van hypofyse, hypothalamus of primaire hormoonklier wordt gescreend. (bron)

Voor specialistisch hormonaal onderzoek is nagenoeg altijd een doorverwijzing van een huisarts vereist. Zie ook:

Hormonale medicamenten…

Lichaamseigen / endogene hormonen –die van nature onderdeel uitmaken van de menselijke hormoonhuishouding– worden veelvuldig nagemaakt / gesynthetiseerd en in exogene / lichaamsvreemde medicamenten verwerkt. Voorbeelden van hormonen en hormoonagonisten die als medicijn kunnen worden gebruikt zijn onder meer aldosteron, anabole steroïden, oestrogenen (anticonceptiepil e.a.), corticosteroïden (hydrocortison e.a.), glucagon, bètablokkers, ACE-remmers, insuline, somatropine, morfine (afgeleide van endorfine), progesteron (morning-afterpil e.a.), antihistaminica, H2-antagonisten, thiamazol en de schildklierhormonen T4 en T3.

Heb jij vragen, ervaringen of aanvullingen t.a.v. de verschillende endocriene klieren en endocriene hormonen binnen de menselijke hormoonhuishouding? Deel jouw hormonale opvattingen, bevindingen en vraagstukken in een berichtje hieronder!

Plaats een reactie


Je reactie wordt voor publicatie gekeurd door de redactie en dient te voldoen aan de regels voor reacties.